BETAAL JE MET EEN LANGSTLEVENDE TESTAMENT TEVEEL?
Het programma behandelde het voorbeeld van een weduwnaar die na het overlijden van zijn echtgenote de erfbelasting over het erfdeel van zijn zoon moet betalen. Zijn echtgenote heeft een “langstlevende” testament waarbij de nalatenschap, die grotendeels uit de helft van de woning bestaat, aan hem wordt toebedeeld. Zijn zoon krijgt een vordering op zijn vader, die pas hoeft te worden uitbetaald na het overlijden van vader.
Omdat hij een vordering krijgt, moet de erfbelasting binnen een jaar na het overlijden van moeder door vader worden betaald.
Een cijfervoorbeeld:
Dit door Radar geconstateerde probleem is niet nieuw, maar bestaat al vijftig jaar. Van het langstlevende testament worden echter uitsluitend de negatieve aspecten behandeld en komen de voordelen nauwelijks aan de orde. De indruk wordt gewekt dat iedereen met een langstlevende testament direct naar de notaris moet om het testament aan te lasten passen. Het langstlevende testament hoeft echter helemaal niet nadelig te zijn. In de meeste langstlevende testamenten is namelijk bepaald dat over de vordering die de kinderen op de langstlevende hebben, een rente verschuldigd is. Deze rente hoeft pas betaald te worden als de langstlevende ouder overleden is. Door de rente wordt de vordering op de langstlevende steeds groter, en zal er in veel gevallen bij het overlijden van de langstlevende minder erfbelasting verschuldigd zijn.
Een cijfervoorbeeld:
Vader en moeder zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. Zij hebben een spaarsaldo van € 300.000,--. Vader overlijdt. Zijn nalatenschap bedraagt de helft ofwel € 150.000,--. De nalatenschap komt (op papier) toe aan moeder en zoon, ieder voor € 75.000,--. Hoewel de vordering van zoon pas na het overlijden van moeder hoeft te worden uitbetaald (voor zover dan nog aanwezig) moet er na het overlijden van vader al wel erfbelasting worden betaald. Voor moeder is dat geen probleem; haar vrijstelling bedraagt € 600.000,-- (geen rekening houdende met pensioenimputatie). Over haar erfdeel van € 75.000,-- hoeft dus geen successierecht betaald te worden.
Voor zoon ligt dat anders; hij heeft een vrijstelling van € 19.000,--. Het restant van € 75.000,-- -/- € 19.000,-- ofwel € 56.000,-- is belast tegen 10%, zodat aan erfbelasting betaald moet worden € 5.600,--.
Wanneer moeder na 10 jaar ook komt te overlijden, en zij op het moment van overlijden nog steeds een spaarsaldo van € 300.000,--, mag voor de berekening van de erfbelasting eerst de vordering van zoon wegens het overlijden van vader ad € 75.000,-- worden afgetrokken. Ook mag worden afgetrokken de rente over deze vordering (stel 6%) over 10 jaar, ofwel € 45.000,--, zodat de nalatenschap van moeder voor de berekening van de erfbelasting geen € 300.000,--, maar € 180.000,-- bedraagt.
Het rentedeel ad € 45.000,-- wordt belastingvrij (geen inkomstenbelasting en geen erfbelasting) aan zoon doorgeschoven.
Zolang deze belastingbesparing bij het overlijden van de langstlevende aanmerkelijk groter is dan het belastingnadeel bij het eerste overlijden, biedt het langstlevende testament fiscaal voordeel. Aan dat voordeel gaat Radar voorbij. Het programma zet in ieder geval een aantal mensen onnodig op het verkeerde spoor.
Waar gaat het nu daadwerkelijk om?
Mensen die over vermogen beschikken maar dat niet of niet voldoende in cash hebben – bijvoorbeeld omdat het vermogen grotendeels in de woning zit – is het inderdaad raadzaam om naar de notaris te gaan om te laten berekenen wat de financiële gevolgen zijn als een van beiden komt te overlijden, temeer daar het meestal zo is dat de man het pensioen heeft opgebouwd, en het eerst komt te overlijden, waardoor de vrouw er na zijn overlijden in inkomen fors op achteruit gaat. In dat verband is het ook goed rekening te houden met de kosten van de uitvaart, want die kunnen aardig oplopen.
Als de kosten van de uitvaart en de erfbelasting na overlijden van de een door de ander gemakkelijk uit het spaargeld en/of beleggingen kunnen worden betaald, kan men zich meer richten op de voordelen van een langstlevende testament. Deze groep raad ik aan eens in de vijf jaar het testament tegen het licht te (laten) houden.
Mocht blijken dat de langstlevende ouder door de kosten van de uitvaart in financiële problemen komt, dan is het raadzaam om van het langstlevende testament af te stappen en te kiezen voor:
a. onterving van de kinderen bij het overlijden van de eerste ouder;
b. tweetrapsmaking;
c. keuzelegaat.
Ad a.
In overleg met de kinderen kan ervoor worden gekozen om de kinderen bij het overlijden van de eerste ouder geheel buiten de nalatenschap te houden. Het hele saldo komt toe aan de langstlevende ouder. Wanneer dit onder de vrijstelling blijft hoeft er geen erfbelasting te worden betaald. Wanneer de langstlevende ouder komt te overlijden, vererft alles naar de kinderen.
Voordeel: eenvoudig systeem, wanneer de nalatenschap onder de vrijstelling valt is er geen successierecht verschuldigd;
Nadeel: kinderen kunnen het testament doorkruisen met een beroep op hun legitieme portie; na overlijden van de langstlevende echtgenoot zullen de kinderen naar verhouding (aanmerkelijk) meer erfbelasting moeten betalen.
Ad b.
Tweetrapsmaking: de nalatenschap van de eerst overleden ouder gaat volledig naar de andere ouder. Deze is vrij om daar naar eigen inzicht mee te handelen. Als de laatste ouder is overleden, gaat de restant-erfenis van de eerste ouder fictief terug naar de eerste ouder, en vervolgens naar de kinderen. Ook de erfenis van de als laatste overleden ouder gaat naar de kinderen.
Voordeel: bij juiste uitvoering erven de kinderen in 2 delen, een keer van vader en een keer van moeder, zodat een optimaal fiscaal resultaat wordt bereikt;
Nadeel: om bovenstaand voordeel te kunnen bereiken moet de langstlevende ouder zijn/haar gehele leven een administratie blijven voeren van het verloop van de erfenis van de langstlevende. Ook kunnen de kinderen jaarlijks een overzicht van het verloop en de omvang van de nalatenschap van de eerstoverleden ouder opeisen.
Ad c.
Keuzelegaat. Het langstlevende testament blijft in stand, er wordt een bepaling aan toegevoegd waardoor de langstlevende kan schuiven in de erfdelen; langstlevende ouder en kinderen erven gebruikelijk allen een gelijk deel; bij een nalatenschap van € 150.000,-- en 2 kinderen, erft ieder de langstlevende ouder en ieder van de kinderen allen 1/3e deel, ofwel ieder € 50.000,--.
Met het keuze legaat kan de langstlevende echtgenoot de erfdelen gaan variëren; de erfdelen van de kinderen kunnen worden verlaagd tot € 19.000,--, en het erfdeel van de langstlevende echtgenoot kan worden verhoogd naar € 112.000,--. Aangezien alle verkrijgingen onder de vrijstelling vallen is er geen erfbelasting verschuldigd, terwijl de langstlevende toch een (zij het lagere) schuld aan de kinderen heeft, waarop een rente wordt bijgeschreven (zie boven).
Voordeel: legaat is eenvoudig toepasbaar en flexibel; nadat een van de ouders is overleden kan de langstlevende ouder, afhankelijk van de omstandigheden van dat moment beslissen of, en zo ja in welke mate gebruik wordt gemaakt van het keuzelegaat.
Nadeel: kinderen kunnen het gebruik van het keuzelegaat enigszins doorkruisen met een beroep op hun legitieme portie.

